ECLI:NL:CRVB:2021:1676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering en proceskostenveroordeling tegen UWV bevestigd
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek met rechterheupklachten na een bedrijfsongeval. Na beëindiging van zijn dienstverband ontving hij een Ziektewetuitkering die het UWV per 8 september 2017 beëindigde omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de FML niet volledig was aangepast volgens rapporten van LechnerConsult en revalidatiearts Zondervan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat er geen aanleiding was voor twijfel aan de medische beoordeling en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen.
Wel oordeelde de Raad dat de rechtbank het UWV ten onrechte niet had veroordeeld in de door appellant gemaakte reiskosten en kosten van een ingeschakelde deskundige in beroep. De uitspraak werd vernietigd voor zover het UWV niet werd veroordeeld in deze kosten, en het UWV werd veroordeeld in een totale proceskostenvergoeding van €1.917,07. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten voor reiskosten en deskundigenkosten.