ECLI:NL:CRVB:2021:159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering AOW wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellanten, gehuwd sinds 1964, vroegen in 2003 een ouderdomspensioen aan waarbij zij aangaven ongehuwd te zijn en alleen te wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde na onderzoek vast dat zij feitelijk niet duurzaam gescheiden leefden. Op basis van een rapport uit 2016 herzag de Svb het pensioen met terugwerkende kracht en vorderde het teveel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en oordeelde dat zij onjuiste informatie hadden verstrekt en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. In hoger beroep handhaafden appellanten hun standpunt dat zij wel duurzaam gescheiden leefden en voerden zij rechtsverwerking en verjaring aan.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven pas bestaat bij een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving, wat niet het geval was. Diverse verklaringen en feiten toonden aan dat appellanten nauw contact hielden, zorgden voor elkaar en financieel verstrengeld waren. De Svb mocht het pensioen herzien en terugvorderen, en de bevoegdheid tot terugvordering was niet verjaard.
Appellanten kregen wel een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bestuursprocedure. De Raad veroordeelde de Svb en de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding en in de proceskosten van appellanten.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing dat appellanten geen recht hadden op het pensioen voor ongehuwde pensioengerechtigden en dat de herziening en terugvordering terecht zijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van het ouderdomspensioen wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.