ECLI:NL:CRVB:2021:1364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand na rechtmatigheidsonderzoek
Appellant ontving sinds 2002 bijstand en viel op 1 juli 2017 van zijn balkon, waarna de politie een onderzoek instelde en een aanzienlijk geldbedrag aantrof. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde daarop een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer bankafschriften werden opgevraagd.
Het college herzag de bijstand over meerdere periodes en vorderde een bedrag van ruim €6.700,- terug wegens niet gemelde inkomsten. Appellant voerde aan dat de politie onrechtmatig had gehandeld door zijn spullen te doorzoeken en de bevindingen met het college te delen, waardoor de zozeerindruisregel was geschonden.
De Raad oordeelde dat het college ook zonder het politie-emailbericht bevoegd was tot het onderzoek en dat de verkregen gegevens rechtmatig zijn. Er was geen sprake van een ontoelaatbare schending van de zozeerindruisregel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; herziening en terugvordering bijstand bevestigd.