Uitspraak
18 1149 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
F. Hoogendijk als leden, in tegenwoordigheid van M. Buur als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, gehuwd met een niet-rechtmatig verblijvende partner, vroeg bijzondere bijstand aan voor de nominale ziektekostenpremie over vier maanden. Het college wees dit af omdat deze kosten algemeen noodzakelijk zijn en de zorgtoeslag als voorliggende voorziening geldt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat artikel 35 van Pro de Participatiewet (PW) van toepassing is.
In hoger beroep stelde appellante dat zij de premie niet kon betalen doordat zij geen zorg- en huurtoeslag ontving vanwege haar partner. De Raad oordeelde dat de nominale premie algemeen noodzakelijke kosten zijn die uit het inkomen moeten worden betaald, inclusief de zorgtoeslag. Het ontbreken van toeslagen door het koppelingsbeginsel vormt geen bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35 PW Pro.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en benadrukte dat de wetgever bewust heeft gekozen voor de uitsluiting van toeslagen bij niet-rechtmatig verblijf van de partner. De aanvraag om bijzondere bijstand is daarom terecht afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor de nominale premie zorgverzekering wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.