ECLI:NL:CRVB:2021:1091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onevenredigheid disciplinaire straf wegens plichtsverzuim bij boomonderhoud gemeente Hellendoorn
Betrokkene, sinds 1973 werkzaam bij de gemeente Hellendoorn, werd in 2018 door het college van burgemeester en wethouders met disciplinaire maatregelen geconfronteerd wegens plichtsverzuim bij het bestellen, planten en snoeien van bomen en struiken. Het primaire besluit legde hem een functieplaatsing met salarisvermindering en voorwaardelijk strafontslag op.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de salarisvermindering betrof, oordelend dat het plichtsverzuim niet rechtvaardigde dat deel van de straf. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling, oordeelt dat het plichtsverzuim bestaat uit het handelen in strijd met interne afspraken en het zonder toestemming snoeien en kappen van groen op deels particuliere grond.
De Raad stelt dat de overplaatsing met salarisvermindering niet onevenredig is, maar de combinatie met salarisvermindering wel, mede vanwege het lange dienstverband, eerdere waarschuwing zonder duidelijke sanctieaankondiging, en het ontbreken van persoonlijk voordeel. Het hoger beroep van het college slaagt slechts gedeeltelijk, het beroep van betrokkene wordt verworpen.
Uitkomst: De disciplinaire straf van overplaatsing wordt gehandhaafd, maar de salarisvermindering wordt vernietigd wegens onevenredigheid.