Appellant was werkzaam bij de gemeente Eindhoven en betrokken bij het verrichten van onderzoeken en het opmaken van vergunningen in het kader van de Wet Bibob. Hij stelde zelfstandig een conceptvergunning op, terwijl volgens de afspraken tussen de betrokken sectoren alleen een andere sector daartoe bevoegd was. Het college legde hem hiervoor een disciplinaire boete van €250 op.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat hoewel appellant een fout heeft gemaakt door zelfstandig de conceptvergunning op te stellen, dit niet neerkomt op een strafwaardig plichtsverzuim. Er waren duidelijke afspraken over de procedure, maar deze waren niet volledig uitgewerkt in protocollen, wat tot onzekerheid leidde. Bovendien zou de vergunning ook zonder deze fout zijn verleend met dezelfde voorwaarden.
De Raad vernietigt het besluit waarin de boete is opgelegd en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De overige besluiten, waaronder het herroepen van het eerdere voorwaardelijk ontslag, blijven in stand.