Uitspraak
19 2882 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart zich onbevoegd voor zover het hoger beroep strekt tot verkrijging van de verklaring voor recht.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), die later werd omgezet in een geldlening vanwege een erfenis waarop zij aanspraak hadden. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente vorderde de bijstand terug nadat appellanten middelen uit de nalatenschap ontvingen. Na diverse aanmaningen, een dwangbevel en sommatie, verklaarde het college het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de invordering inmiddels was verjaard en dat het college niet meer bevoegd was tot invordering. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit alleen betrekking had op de betalingstermijn en dat appellanten geen gronden tegen deze termijn hadden aangevoerd.
De Raad stelde dat zij niet bevoegd is om een verklaring voor recht te geven dat het college niet meer bevoegd is tot invordering wegens verjaring. Appellanten moeten zich tot de civiele rechter wenden om deze vraag te laten beoordelen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de terugvordering en verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de verjaring van de invordering.