ECLI:NL:CRVB:2020:979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens niet-feitelijke bewoning
Appellante stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een adres waar zij volgens onderzoek niet feitelijk woonde. De minister herzag haar studiefinanciering en legde een bestuurlijke boete op wegens het niet voldoen aan de voorwaarde van feitelijke bewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond op basis van huisbezoeken waarbij geen persoonlijke spullen van appellante werden aangetroffen, geen vaste slaapplaats aanwezig was en onduidelijkheid bestond over het bezit van een huissleutel. Appellante voerde in hoger beroep aan dat deze bevindingen onvoldoende waren en dat zij niet bij het huisbezoek aanwezig was.
De Raad oordeelt dat de minister aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat het ontbreken van persoonlijke spullen, een vaste slaapplaats en een eigen sleutel wijzen op het ontbreken van feitelijke bewoning. Het ontbreken van aanwezigheid van appellante bij het huisbezoek doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van studiefinanciering en boete worden bevestigd.