Uitspraak
19.2413 AW
OVERWEGINGEN
1 november 2016 aangesteld in de functie van [naam functie] bij de afdeling [afdeling] , team [team] , in tijdelijke dienst bij wijze van proef tot 1 november 2017.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1 november 2016 in tijdelijke dienst bij het college van burgemeester en wethouders van Lelystad. Na een functioneringsgesprek in augustus 2017 werd vastgesteld dat zijn functioneren niet voldeed aan de redelijke eisen en verwachtingen. Het college besloot daarom de aanstelling niet voort te zetten per 1 november 2017.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college de Regeling Personeelsbeoordeling 2011 ten onrechte niet had toegepast en dat hij niet tekortgeschoten was in zijn functioneren.
De Raad oordeelde dat de Regeling niet van toepassing was bij het niet voortzetten van een tijdelijke aanstelling die van rechtswege eindigt. De toetsing van het besluit is terughoudend en beperkt zich tot de vraag of het college in redelijkheid tot haar oordeel kon komen. De Raad concludeerde dat het college binnen redelijke grenzen de eisen en verwachtingen mocht stellen en dat het besluit standhoudt. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot niet voortzetten van het dienstverband wegens onvoldoende functioneren.