ECLI:NL:CRVB:2020:841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling causaliteit postnatale depressie en bekkenklachten voor Ziektewetuitkering
Appellante, met een voorgeschiedenis van nierziekte en arbeidsongeschiktheid, meldde zich ziek na haar bevalling wegens psychische klachten en bekkenklachten. Het UWV stelde dat deze klachten niet direct veroorzaakt werden door zwangerschap of bevalling, waardoor geen recht op een Ziektewetuitkering bestond.
De verzekeringsarts onderzocht appellante en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige psychopathologie en dat de postnatale depressie waarschijnlijk een reactie was op een life event, niet direct gerelateerd aan de bevalling. Ook de bekkenklachten werden niet als rechtstreeks gevolg van de zwangerschap of keizersnede gezien.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er wel een causaal verband bestond, onderbouwd met verklaringen van haar psycholoog en verwijzingen naar eerdere jurisprudentie. De Raad oordeelde echter dat de psychische klachten onvoldoende gerelateerd waren aan de bevalling en dat de bekkenklachten niet veroorzaakt waren door de zwangerschap of bevalling.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere besluit van de rechtbank en het UWV, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; geen recht op Ziektewetuitkering wegens ontbreken causaal verband met zwangerschap of bevalling.