Uitspraak
18.4133 WW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een werkplan van het UWV dat op 9 juni 2017 was opgesteld in het kader van de WW-uitkering. Dit werkplan werd later ingetrokken omdat appellante geen WW-uitkering ontving. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, omdat zij geen procesbelang meer had bij het beoordelen van het ingetrokken werkplan.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke omstandigheden, waaronder de overgang naar een WIA-uitkering en de stagnerende re-integratie. Tevens stelde zij dat zij schade had geleden door het intrekken van het werkplan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze argumenten niet tot een ander oordeel leiden dan dat van de rechtbank. Het procesbelang van appellante bij het beoordelen van het ingetrokken werkplan ontbreekt, omdat het werkplan niet meer van toepassing is. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.