ECLI:NL:CRVB:2020:509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring aansprakelijkstelling PTSS politieagent na schietincident
Appellant, voormalig politieagent, liep in 1985 tijdens een schietincident psychotraumatische schade op, wat leidde tot PTSS en beëindiging van zijn dienstverband in 1994. In 2016 stelde hij de korpschef aansprakelijk voor materiële en immateriële schade.
De korpschef erkende de PTSS als beroepsziekte, maar wees de aansprakelijkstelling af wegens verjaring. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de absolute verjaringstermijn van twintig jaar was verstreken en dat appellant al in 1994 kennis had van zijn aandoening.
In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, verwijzend naar jurisprudentie over de absolute verjaringstermijn en uitzonderingen daarop. De Raad oordeelde dat geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig waren om de verjaringstermijn te doorbreken, ondanks latere diagnose en gewijzigde inzichten over PTSS.
De Raad concludeerde dat de korpschef zich terecht op verjaring heeft beroepen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot aansprakelijkstelling voor PTSS-restschade is verjaard en het hoger beroep wordt afgewezen.