ECLI:NL:CRVB:2020:37
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks ADD-klachten
Appellant, laatstelijk elektromonteur, meldde zich in oktober 2014 ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarop het UWV de uitkering beëindigde. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn ADD-klachten onvoldoende waren meegenomen en dat hij intensieve begeleiding nodig had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend bij de belastbaarheid en begeleidingsbehoefte van appellant. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat de begeleidingsbehoefte op niveau 3 van het CBBS kan worden ingevuld door collega’s of leidinggevenden zonder nadere eisen.
Verder werd geoordeeld dat de inzet van een jobcoach een re-integratievoorziening is en niet relevant voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Ook is het belang van roulatie in het arbeidsproces afdoende toegelicht en niet doorslaggevend. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.