ECLI:NL:CRVB:2020:3276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-ingediende toeslagaanvraag bij UWV
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op een toeslagaanvraag. Hij voerde aan dat hij de aanvraag en ingebrekestellingen tijdig had ingediend, ondersteund door stempels en getuigenverklaringen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat niet aannemelijk was dat de stukken op de gestelde data waren verzonden of ontvangen.
In hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel. Uit onderzoek bleek dat de stempels mogelijk vervalst waren en dat het patroon van appellant erop wees dat stukken niet daadwerkelijk waren ingediend. Getuigenverklaringen werden niet geloofwaardig geacht. Ook werd vastgesteld dat een baliestempel van de Raad was vervalst.
De Raad concludeerde dat het UWV geen aanvraag of ingebrekestellingen had ontvangen en dat het beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Tevens was het UWV terecht geen dwangsom verschuldigd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen aanvraag bij het UWV is ingediend.