Betrokkene, politieambtenaar sinds 1973, kreeg in 2008 voorwaardelijk ontslag opgelegd na een alcoholdelict in privétijd. In 2017 werd hij opnieuw betrapt op rijden onder invloed met een ademwaarde van 300 ug/l, boven de toegestane 220 ug/l. De korpschef legde daarop onvoorwaardelijk ontslag op.
De rechtbank vernietigde dit besluit en legde opnieuw voorwaardelijk ontslag op, mede vanwege het lange dienstverband en de beperkte overschrijding. De korpschef ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat politieambtenaren hoge integriteitseisen hebben, ook buiten werktijd. Recidive in alcoholdelicten vormt ernstig plichtsverzuim. De beperkte overschrijding doet hieraan niet af. Het onvoorwaardelijk ontslag is proportioneel en gerechtvaardigd. Het beroep van de korpschef wordt gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd.