ECLI:NL:CRVB:2016:4954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verhuis- en inrichtingskosten wegens onjuiste maatstaf onrechtmatig verklaard
Appellant, wonende op de vierde verdieping van een flat zonder lift, leed door een bedrijfsongeval aan blijvende evenwichtsproblemen en had daardoor ernstige beperkingen bij het traplopen. Na een valpartij in 2012 met gebroken ribben vroeg hij op grond van de Wmo een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten aan om te kunnen verhuizen naar een gelijkvloerse woning. Het college wees dit af omdat geen medische noodsituatie was vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar en kreeg een medisch advies waarin werd bevestigd dat hij beperkingen ondervindt bij traplopen, maar dat er geen acute medische noodsituatie is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college een onjuiste maatstaf hanteerde door een medische noodsituatie te vereisen, terwijl de Wmo ook langdurige beperkingen compenseert.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het eerdere besluit van het college, en kent appellant een vergoeding toe van maximaal €3.427,- voor verhuis- en inrichtingskosten. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant. Het college wordt tevens verzocht het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en appellant krijgt een vergoeding van maximaal €3.427,- toegekend.