Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1994 arbeidsongeschikt door psychische klachten, vroeg in 2016 een Wajong-uitkering aan met terugwerkende kracht vanaf 2015. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af wegens arbeidsvermogen, maar kende de uitkering later toe met ingang van 24 mei 2015. Appellant stelde beroep in tegen deze ingangsdatum en voerde aan dat hij pas eind 2015 bekend was met de ernst van zijn aandoening, waardoor sprake zou zijn van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant al jaren op de hoogte was van zijn beperkingen en dat de late aanvraag niet redelijkerwijs zonder verwijt kon zijn. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en verwees naar vaste rechtspraak dat een bijzonder geval alleen geldt als de betrokkene redelijkerwijs niet in verzuim kan worden gesteld vanwege een later inzicht in de ernst van de aandoening.
Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid tot aanvraag, maar ook dit werd niet als bijzonder geval erkend. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft 24 mei 2015.