ECLI:NL:CRVB:2020:2882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Lagas
- J.J.T. van den Corput
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Beëindiging detachering ambtenaar wegens integriteits- en functioneringsproblemen
Betrokkene was sinds 1 december 2008 in vaste dienst bij een overheidsdienst en sinds 1 juli 2016 gedetacheerd bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Naar aanleiding van integriteitsvragen over dienstreizen, declaraties en inhuur van externen werd een onderzoek ingesteld, waarna betrokkene op 3 juli 2017 geschorst en de detachering tussentijds beëindigd werd wegens vermoedelijk ernstig plichtsverzuim en onvoldoende functioneren.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit tot beëindiging, maar de minister nam een nieuw besluit dat gehandhaafd bleef. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de minister op redelijke gronden heeft kunnen concluderen dat betrokkene niet voldeed aan de redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen, mede vanwege het vermoeden van integriteitschending en tekortschietend functioneren.
De Raad benadrukt dat betrokkene onvoldoende openheid gaf in het onderzoek, niet tijdig voorschotten registreerde en niet de voorgeschreven protocollen volgde bij inhuur van derden. Daarnaast was er sprake van tekortkomingen in het financieel beheer, samenwerking met ketenpartners en het niet adequaat aanpassen van begrotingen ondanks hulpaanbod. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de detachering.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de tussentijdse beëindiging van de detachering bevestigd.