ECLI:NL:CRVB:2020:2733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op salaris wegens niet-erkende beroepsziekte ambtenaar
Appellante, werkzaam bij de Belastingdienst, was sinds september 2016 arbeidsongeschikt. De staatssecretaris paste vanaf september 2017 een korting van 30% toe op haar bezoldiging omdat haar arbeidsongeschiktheid langer dan 52 weken duurde. Appellante stelde dat haar ziekte een beroepsziekte was en dat zij recht had op volledige doorbetaling van haar salaris. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak een ziekte alleen als beroepsziekte kan worden erkend als deze in overwegende mate het gevolg is van de aard van de werkzaamheden of bijzondere omstandigheden, waarbij een objectieve beoordeling van buitensporigheid van de werkomstandigheden geldt. Appellante kon niet aannemelijk maken dat haar werkomstandigheden een buitensporig karakter hadden, ook niet gelet op haar psychische klachten.
Daarnaast was er voldoende rekening gehouden met haar belastbaarheid en waren de eisen aan haar functioneren niet te hoog. Ook de omgang met leidinggevenden werd niet als buitensporig beoordeeld. De Raad concludeert dat de korting op het salaris terecht is toegepast en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 30% op het salaris van appellante wegens het niet erkennen van haar ziekte als beroepsziekte.