Appellante ontving bijstand sinds 1997, laatstelijk op grond van de Participatiewet. In 2017 werd in haar woning een hennepkwekerij ontmanteld, waarna het college besloot haar bijstand over een bepaalde periode in te trekken wegens schending van de inlichtingenverplichting. In bezwaar wijzigde het college de grondslag van het besluit naar onterecht ontvangen bijstand zonder schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan, omdat het college zich in de procedure op de oorspronkelijke grondslag beriep. In hoger beroep stelde appellante dat het college deze grondslag bewust en ondubbelzinnig had prijsgegeven.
De Raad oordeelde dat het college inderdaad niet opnieuw kan terugvallen op een grondslag die het eerder heeft verlaten, omdat dit in strijd is met de goede procesorde. Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, herroept het primaire besluit en veroordeelt het college in de proceskosten.