Uitspraak
19 4646 ZW
1 oktober 2019, 19/407 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.M.M. Chevalier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als helpende en meldde zich ziek met psychische klachten, waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld.
De rechtbank vernietigde een eerder besluit van het UWV omdat het medisch onderzoek onvoldoende gemotiveerd was en benoemde een deskundige. Deze deskundige kwam tot andere bevindingen dan de verzekeringsarts. Het UWV nam daarop een nieuw besluit dat opnieuw werd aangevochten.
In hoger beroep stelde appellante dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en dat een deskundige opnieuw benoemd moest worden. De Raad oordeelde echter dat de verzekeringsarts met een nieuw rapport voldoende inzichtelijk had gemaakt waarom niet meer beperkingen moesten worden aangenomen en dat appellante geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, omdat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die haar stelling ondersteunden. Een nieuwe deskundige benoemen was niet nodig. De Ziektewetuitkering werd terecht beëindigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.