ECLI:NL:CRVB:2018:2039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkeringsrechten WIA en Ziektewet na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als verpakking/productiemedewerkster, viel in juli 2011 uit wegens diverse klachten waaronder rug-, arm- en psychische klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij per 30 juni 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Ook werden haar rechten op ziekengeld per 2 juni 2015 en 18 oktober 2016 beëindigd na zorgvuldige medische beoordelingen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten waren onderschat en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad overwoog dat het UWV de medische beperkingen zorgvuldig had vastgesteld, waarbij diverse rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werden betrokken, inclusief informatie van behandelend specialisten.
De Raad concludeerde dat de medische informatie van appellante geen aanleiding gaf tot een ander oordeel en dat de beperkingen juist waren ingeschat. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijke twijfel. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de hoger beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op WIA-uitkering en ziekengeld.