ECLI:NL:CRVB:2020:2478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante ontvangt een Wajong-uitkering die per 1 januari 2018 is verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon vanwege een wijziging in de wetgeving. Het UWV heeft in 2016 beoordeeld dat appellante arbeidsvermogen heeft, wat is bevestigd na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Appellante betwist deze beoordeling en stelt dat zij door haar medische aandoeningen geen arbeidsvermogen heeft.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad volgt het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en ten minste één uur aaneengesloten kan werken, ondanks haar medische beperkingen zoals diabetes, coeliakie, reflux en psychische klachten.
De Raad oordeelt dat het UWV zorgvuldig en objectief heeft gehandeld, dat de medische rapporten voldoende gemotiveerd zijn en dat appellante voldoende gelegenheid heeft gehad om tegenbewijs te leveren. Er is geen sprake van schending van het beginsel van equality of arms. Het hoger beroep wordt afgewezen en de verlaging van de uitkering blijft van kracht.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd omdat appellante arbeidsvermogen heeft.