ECLI:NL:CRVB:2020:2421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft in 2008 een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV werd afgewezen omdat hij niet langdurig en voldoende arbeidsongeschikt was. In 2016 vroeg appellant opnieuw een Wajong-uitkering aan, welke het UWV opvatte als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Zij oordeelde dat de medische informatie van appellant geen nieuwe inzichten gaf over zijn situatie rond 2008 en dat geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak vóór 2013. De Raad onderschreef deze overwegingen en stelde vast dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die herziening van het besluit rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat het besluit niet evident onredelijk was. Ook was er geen aanleiding om toepassing te geven aan de duuraansprakenjurisprudentie. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om terug te komen op het eerdere Wajong-besluit bevestigd.