ECLI:NL:CRVB:2020:230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid huisbezoek en bijstandsintrekking na twijfel over woonadres
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd verdacht van het doen van een onjuiste woonadresopgave. Naar aanleiding van meldingen en onderzoek, waaronder een onaangekondigd huisbezoek, besloot het college de bijstand te blokkeren en later in te trekken met terugvordering.
De rechtbank had het huisbezoek onrechtmatig verklaard en de besluiten vernietigd, met toekenning van een schadevergoeding. Het college ging in hoger beroep en stelde dat er redelijke grond was voor het huisbezoek en dat betrokkene geïnformeerd toestemming had gegeven.
De Raad oordeelde dat het college terecht twijfelde aan de juistheid van de woonadresgegevens op basis van meldingen, waarnemingen en gegevens van DVL Milieuservice. Het huisbezoek was proportioneel en subsidiariteit was gewaarborgd. Betrokkene had op juiste wijze toestemming gegeven via een ondertekend formulier, ondanks haar gevoel van overvallen worden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde de beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De besluiten tot blokkering en intrekking van bijstand bleven in stand.
Uitkomst: Het huisbezoek was rechtmatig en de besluiten tot blokkering en intrekking van bijstand blijven in stand.