ECLI:NL:CRVB:2020:1872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als machine operator, meldde zich meerdere malen ziek met diverse klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering toe te kennen en stelde later vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij geschikt was voor andere functies. Na een toetsing verbetering belastbaarheid in het tweede ziektejaar werd appellant belastbaar geacht voor werk zonder verhoogd persoonlijk risico.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant niet meer beperkingen kon aantonen dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was, dat hij afhankelijk was van hulp en dat zijn beperkingen zwaarder waren, onder meer door een compartimentsyndroom en fibromyalgie.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de aanvullende medische stukken van appellant, die na de datum in geding waren opgesteld, geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Ook werd bevestigd dat appellant geschikt was voor ten minste één van de in het kader van de EZWb geduide functies. De Ziektewet-uitkering was derhalve terecht beëindigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd omdat appellant geschikt is voor ten minste één geduide functie.