ECLI:NL:CRVB:2020:1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens niet-feitelijke bewoning brp-adres
Appellante stond ingeschreven in de basisregistratie personen (brp) op een adres waar zij volgens de minister niet feitelijk woonde. Na een huisbezoek door controleurs werd geconcludeerd dat appellante niet op het brp-adres verbleef, wat leidde tot herziening van haar studiefinanciering van uitwonend naar thuiswonend en een terugvordering van € 4.161,94.
Daarnaast werd een bestuurlijke boete van € 1.249,46 opgelegd wegens het niet voldoen aan de voorwaarde van feitelijke bewoning op het brp-adres. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het rapport van het huisbezoek als voldoende grondslag werd beschouwd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het rapport onvoldoende gemotiveerd was en dat er redenen waren voor het ontbreken van persoonlijke spullen op het brp-adres. De Raad oordeelde dat het rapport voldeed aan de vereisten en dat de minister aannemelijk had gemaakt dat appellante niet woonde op het brp-adres.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering en de boete worden bevestigd.