ECLI:NL:CRVB:2020:1339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onvoldoende bewijs verzending opschortingsbesluit
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Na niet verschijnen op een gesprek werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken wegens niet hersteld verzuim. Het college stelde dat het opschortingsbesluit was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken met een deugdelijke verzendadministratie. De Raad oordeelde dat zonder bewijs van daadwerkelijke verzending appellant niet verweten kan worden niet verschenen te zijn.
De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraken. Het college werd verplicht de bijstand vanaf 11 juli 2016 door te betalen en de besluiten van intrekking en toekenning bijstand herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
De zaak illustreert het belang van een sluitende verzendadministratie bij bestuursrechtelijke besluiten en bevestigt dat intrekking van bijstand niet kan plaatsvinden zonder aantoonbare kennisgeving aan de betrokkene.
Uitkomst: Het college is niet bevoegd geweest tot intrekking van de bijstand wegens onvoldoende bewijs van verzending opschortingsbesluit, waardoor de besluiten zijn vernietigd en bijstand moet worden doorbetaald.