ECLI:NL:CRVB:2019:851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens niet aannemelijke verzending
Appellant ontvangt sinds 2010 bijstand en woonde vanaf maart 2016 op een nieuw adres. Het college van burgemeester en wethouders Rotterdam schortte de bijstand op 15 december 2015 op wegens niet verschijnen op een gesprek en trok deze op 18 december 2015 in omdat appellant ook op een tweede gesprek niet verscheen.
Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het opschortingsbesluit ongegrond en tegen het intrekkingsbesluit gegrond, maar verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens vermeende termijnoverschrijding. De Raad oordeelt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het intrekkingsbesluit daadwerkelijk op 18 december 2015 is verzonden, waardoor het bezwaar tijdig is ingediend.
De Raad bevestigt dat het college de bijstand terecht heeft opgeschort, maar vernietigt het vonnis voor zover het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk is verklaard. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit wordt vernietigd wegens niet aannemelijke verzending en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.