Appellante ontvangt sinds 2005 bijstand en woonde vanaf januari 2016 op een adres te Rotterdam. Het college trok bij besluit van 26 februari 2016 de bijstand over een eerdere periode in en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van een hennepkwekerij in haar woning. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een brutering van de terugvordering.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de termijn van zes weken was ingediend, waarbij het aannam dat het besluit tijdig was verzonden via het administratiesysteem Socrates. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkheidsverklaring ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op het juiste adres en tijdig is verzonden. Het beschreven verzendproces biedt geen toereikende waarborg dat het besluit van 26 februari 2016 daadwerkelijk is verstuurd. Hierdoor is de bezwaartermijn niet gestart en is het bezwaar niet niet-ontvankelijk.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de uitkomst van het nieuwe besluit nog onbekend is. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten.