ECLI:NL:CRVB:2019:599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, werd door het UWV met ingang van 25 oktober 2012 voor 57,40% arbeidsongeschikt verklaard op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundige rapporten. Het bezwaar van appellant tegen deze vaststelling werd gegrond verklaard, waarna het UWV een loongerelateerde WGA-uitkering toekende. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de vastgestelde beperkingen en geschiktheid van de geselecteerde functies.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij vanwege psychische problematiek en de intensieve behandeling niet in staat was om 24 uur per week te werken en dat de functies, met name die van machinebediende inpak-/verpakkingsmachine, ongeschikt waren. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, Greveling-Fockens, die het rapport van de verzekeringsarts bevestigde en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de functies passend waren, ook met betrekking tot persoonlijk risico.
De Raad oordeelde dat het rapport van de deskundige zorgvuldig en consistent was en dat appellant geen overtuigende argumenten had aangevoerd om het te verwerpen. De arbeidsdeskundige had de functiebelasting adequaat beoordeeld en de beperkingen in acht genomen. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden met bijna een jaar, waarvoor de Staat werd veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.