ECLI:NL:CRVB:2016:893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Intrekking WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en onvoldoende gemotiveerde arbeidskundige grondslag
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WGA-uitkering in te trekken omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard.
De Raad stelt vast dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen zorgvuldig en juist is uitgevoerd, waarbij klachten als fibromyalgie, dyslexie en medicijngebruik zijn meegewogen. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is adequaat aangepast en ondersteunt het oordeel dat appellante niet meer dan gemiddeld 8 uur per dag kan werken met beperkingen in avond- en nachtdiensten.
Echter is de arbeidskundige onderbouwing voor twee van de vier geselecteerde functies onvoldoende gemotiveerd. Met name de functie magazijnmedewerker waarbij traplopen een rol speelt, en de functie machinebediende waarbij gewerkt wordt met snijmachines, zijn niet deugdelijk beoordeeld. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken dit gebrek te herstellen om tot een definitieve beslissing te komen.
Uitkomst: De medische beoordeling wordt bevestigd, maar het UWV moet de arbeidskundige onderbouwing binnen zes weken herstellen.