Uitspraak
.Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Dolderman. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.R.C. Adang.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig militair uitgezonden naar Libanon, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen vanwege psychische klachten. Na initiële afwijzing door de staatssecretaris en vernietiging van dat besluit door de rechtbank, stelde de Raad een onafhankelijke deskundige aan die concludeerde dat appellant leed aan PTSS veroorzaakt door de militaire dienst.
De Raad volgde het deskundigenrapport en stelde het invaliditeitspercentage vast op 20,83%. Een aanvullend rapport van een medisch adviseur leidde niet tot wijziging van deze beoordeling. De Raad vernietigde het eerdere besluit en kende appellant het invaliditeitspensioen toe met ingang van 12 november 2012.
Verder oordeelde de Raad dat sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn van bijna een maand, waarvoor een vergoeding van €500 werd toegekend. Een verzoek om smartengeld wegens de wijze van behandeling werd afgewezen omdat geen ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer waren vastgesteld. Tot slot werden de proceskosten van appellant toegewezen.
Uitkomst: Appellant wordt een militair invaliditeitspensioen van 20,83% toegekend en ontvangt een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn.