ECLI:NL:CRVB:2019:529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit en kwijtschelding resterende terugvordering bijstand wegens onvoldoende motivering dringende redenen
De zaak betreft een geschil tussen appellanten en het college van burgemeester en wethouders van Enschede over de weigering van het college om kwijtschelding te verlenen van een resterende schuld uit teruggevorderde bijstand. Het college had de schuld deels teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht en hield deze in via inhoudingen op de bijstand, waarbij de beslagvrije voet niet altijd werd gerespecteerd.
De Raad stelde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had onderzocht of er dringende redenen waren om kwijtschelding te verlenen, zoals voorgeschreven in het beleid. Na een nadere motivering van het college en een zienswijze van appellanten, concludeert de Raad dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet tot kwijtschelding is overgegaan. Het college hield vast aan het uitgangspunt dat fraude niet mag lonen en dat pas bij 50% aflossing herbeoordeling plaatsvindt, terwijl appellanten door medische omstandigheden geen uitzicht hebben op volledige aflossing.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, herroept het besluit van 21 augustus 2014 en spreekt de resterende schuld kwijt. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en de resterende vordering wordt kwijtgescholden.