Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en kreeg deze toegekend met ingang van 20 mei 2017, maar het verzoek om een eerdere ingangsdatum werd afgewezen. Appellant maakte bezwaar per e-mail binnen de termijn, maar het college wees dit af omdat het bezwaar niet schriftelijk was ingediend en de elektronische weg niet was opengesteld. Het college stuurde een herstelverzuimbrief, maar appellant ontving deze niet tijdig.
Appellant probeerde het bezwaar alsnog schriftelijk in te dienen, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellant dat het college hem niet de mogelijkheid had geboden het verzuim te herstellen en dat hij het bezwaar op tijd had ingediend.
De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de herstelverzuimbrief tijdig was verzonden en dat appellant niet de gelegenheid was geboden het bezwaar te herstellen. Het college had het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op opnieuw te beslissen op het bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.