ECLI:NL:CRVB:2019:3845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag vanaf 30 april 2014. Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde, voerde het college een onderzoek uit. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van het niet-woonachtig zijn op het uitkeringsadres.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het extreem lage waterverbruik, namelijk geen waterverbruik door afsluiting van de watertoevoer, de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellant niet op het uitkeringsadres verbleef. Appellant slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken, mede door tegenstrijdige verklaringen over douche- en toiletgebruik en het ontbreken van objectief bewijs voor zijn stellingen.
Ook het gas- en elektriciteitsverbruik was extreem laag en verklaringen van buren en een oud-collega ondersteunden het standpunt van het college. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-woonachtig zijn op het uitkeringsadres worden bevestigd.