ECLI:NL:CRVB:2019:3484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvolledige wooninformatie en geen nieuwe omstandigheden
Appellante diende meerdere bijstandsaanvragen in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De eerste twee aanvragen werden afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in haar financiële situatie. Bij de derde aanvraag gaf appellante een woonadres op waaruit het college twijfelde aan haar feitelijke verblijfplaats. Na een huisbezoek, waarvoor toestemming werd gegeven, concludeerde het college dat appellante niet op het opgegeven adres woonde en wees de aanvraag af. Tevens werd een voorschot teruggevorderd.
Appellante stelde dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege gebrek aan geldige toestemming, maar de Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek en dat informed consent was verkregen. Bij de vierde aanvraag voerde appellante geen nieuwe feiten aan die een andere beslissing rechtvaardigden, waardoor ook deze werd afgewezen.
De rechtbank had het beroep tegen deze besluiten ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en wees de bezwaren van appellante af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 5 november 2019.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende wooninformatie en het ontbreken van nieuwe feiten.