ECLI:NL:CRVB:2019:3308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens schending inlichtingenverplichting
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam waarin zijn bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege niet-gemelde stortingen en contante bedragen. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd wegens grove schuld aan schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank had het beroep tegen de intrekking en terugvordering ongegrond verklaard en de boete verminderd tot € 1.180,-. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. Appellant slaagde er niet in met objectieve en controleerbare gegevens aan te tonen dat de stortingen niet tot zijn middelen behoorden, noch dat hij betalingsonmacht had.
De Raad overweegt dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij de stortingen en contante bedragen moest melden. Er was geen dringende reden om af te zien van terugvordering. De opgelegde boete is proportioneel en passend geacht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand, terugvordering en boete wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.