ECLI:NL:CRVB:2019:3174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong- en beëindiging WIA-uitkering met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante vroeg terug te komen op het besluit van 16 november 2007 waarbij haar Wajong-uitkering werd geweigerd. Medisch en arbeidskundig onderzoek toonde aan dat de beperkingen destijds juist waren vastgesteld en dat latere klachten niet relevant waren voor de Wajong-beoordeling. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen.
Daarnaast werd de WIA-uitkering van appellante beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht na zorgvuldig medisch onderzoek. De rechtbank en de Raad onderschikten dit oordeel en bevestigden de besluiten van het UWV.
Appellante verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad oordeelde dat de totale procedure langer dan vier jaar had geduurd, wat een overschrijding betekent. Daarom werd een schadevergoeding van €500 toegekend, waarvan €125 voor rekening van het UWV en €375 voor de Staat.
De Raad wees het verzoek om inschakeling van een deskundige af omdat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling. De proceskosten werden verdeeld tussen het UWV en de Staat. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere besluiten worden bevestigd, met toekenning van een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.