ECLI:NL:CRVB:2019:263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid in bijstandszaak
Appellante ontvangt sinds 2003 bijstand en heeft arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet. Na het succesvol doorlopen van een re-integratietraject bood werkgever haar een baan aan als cateringmedewerkster voor twintig uur per week met ingang van 1 december 2015. Appellante gaf tijdens een arbeidsvoorwaardengesprek aan mogelijk in januari 2016 haar zieke vader op Curaçao te willen bezoeken.
Werkgever meldde dat vanwege familieproblemen appellante niet per 1 december kon beginnen en dat zij daarom niet kon starten. Appellante bevestigde dit in een hoor- en wederhoorgesprek met de gemeente. Het college legde daarop een maatregel op door de bijstand met 100% te verlagen voor één maand wegens het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid.
Appellante betwistte de weigering, maar de Raad concludeerde dat zij de aangeboden functie niet heeft aanvaard en dat er geen gerechtvaardigde reden was voor de weigering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van de bijstand met 100% wegens weigering van de aangeboden baan wordt bevestigd.