ECLI:NL:CRVB:2016:1049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet ondertekenen arbeidsovereenkomst zonder gerechtvaardigde reden
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was verplicht algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Na een proefplaatsing bij een bedrijf werd hem een arbeidsovereenkomst aangeboden voor een tijdelijke tewerkstelling met specifieke voorwaarden, waaronder een proeftijd en een bepaling over nevenwerkzaamheden. Appellant wilde het contract niet direct ondertekenen en vroeg aanpassingen, waaronder een kortere contractduur, het schrappen van de nevenwerkzaamhedenbepaling en het opnemen van inkomensvrijlating.
De werkgever en het detacheringsbedrijf wezen deze aanpassingen af en trokken het aanbod in toen appellant het niet accepteerde. Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde daarom een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd voor de duur van een maand. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangeboden arbeidsovereenkomst algemeen geaccepteerde arbeid betrof en dat appellant niet aan zijn verplichting had voldaan door het aanbod niet te aanvaarden zonder gerechtvaardigde reden. De door appellant gevraagde aanpassingen werden niet als gerechtvaardigd beschouwd. De Raad bevestigde daarom de verlaging van de bijstand en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens het niet ondertekenen van de arbeidsovereenkomst wordt bevestigd.