ECLI:NL:CRVB:2019:2172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand ondanks strafrechtelijke vrijspraak wegens niet-melding inkomsten
Appellant ontving bijstand van februari 2010 tot juli 2014 en werd in 2014 aangehouden wegens mensenhandel. Een strafrechtelijk onderzoek leidde tot een veroordeling voor uitbuiting en vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk wegens onvoldoende bewijs dat appellant inkomsten niet bij zijn bewindvoerder had gemeld.
Het algemeen bestuur trok de bijstand over de periode april tot juli 2014 in wegens het niet melden van inkomsten uit verhuur, krantenverkoop en prostitutie, gebaseerd op een bestuursrechtelijk onderzoek van de sociale recherche. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het besluit uitsluitend op strafdossier was gebaseerd en dat hij onschuldig is volgens de strafzaak.
De Raad oordeelde dat het bestuursrechtelijk onderzoek zelfstandig was en dat het niet melden van inkomsten een andere grondslag is dan de strafrechtelijke tenlastelegging. De onschuldpresumptie staat niet in de weg aan het bestuursrechtelijk besluit omdat het algemeen bestuur geen twijfel wekte over de strafrechtelijke vrijspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand over de periode april tot juli 2014.