ECLI:NL:CRVB:2019:2100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet verstrekken administratie kattenfokkerij
Appellanten ontvingen bijstand en hielden zich bezig met het fokken en verkopen van raskatten. Gemeentelijke medewerkers constateerden dat appellanten kittens te koop aanboden via advertenties en een website, maar appellanten hielden geen boekhouding bij en verstrekten geen verifieerbare gegevens over inkomsten uit deze activiteiten.
Het college schortte de bijstand op en gaf appellanten de mogelijkheid om binnen een hersteltermijn een volledige administratie te overleggen. Appellanten voldeden hier niet aan, waarna het college de bijstand introk en de kosten terugvorderde. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het om een hobby ging en dat zij niet verplicht waren gegevens te verstrekken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het fokken van raskatten met verkoop als kennelijk doel op geld waardeerbare werkzaamheden betreft, ongeacht het hobbymatige karakter. Appellanten schonden de inlichtingenverplichting door niet te melden dat zij inkomsten hadden uit de verkoop van kittens en door geen administratie te overleggen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Ook de aanvragen om individuele inkomenstoeslag werden afgewezen omdat het inkomen niet kon worden vastgesteld. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees de beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van een verifieerbare administratie over de kattenfokkerij.