Uitspraak
18.1016 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van het vernietigde besluit van 20 juli 2017;
griffierecht van in totaal € 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand sinds februari 2014. Naar aanleiding van een melding dat zij zwart huishoudelijk werk verrichtte, voerden medewerkers van de gemeente Haarlem op 7 april 2017 een gesprek met haar. Tijdens dit gesprek verklaarde appellante onder meer over haar relatie en woonsituatie met een vriend. De medewerkers vroegen toestemming voor een huisbezoek, welke appellante weigerde. Het college trok daarop de bijstand per 7 april 2017 in. Appellante maakte bezwaar en gaf aan inmiddels te werken en geen bijstand meer te willen ontvangen, maar wilde vernietiging van het besluit om een fraudeaantekening en boete te voorkomen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel procesbelang had, omdat mogelijke gevolgen zoals terugvordering, fraudeaantekening en boete niet waren weggenomen, en dat zij vergoeding van bezwaarkosten wenste. De Raad oordeelde dat de genoemde gevolgen niet aan de orde waren, maar dat het procesbelang voor vergoeding van bezwaarkosten wel bestond. Het bestreden besluit werd vernietigd en de zaak inhoudelijk behandeld.
De Raad oordeelde dat de medewerkers zich voldoende hadden voorgesteld en het doel van het gesprek duidelijk was. De taalbeheersing van appellante was voldoende en het gespreksverslag was betrouwbaar ondanks kleine tekstuele verschillen. Het college had op grond van de verklaringen tijdens het gesprek redelijkerwijs twijfel over de juistheid van de woonsituatie en kon daarom een huisbezoek eisen. Dit huisbezoek kon niet op een minder belastende wijze worden geverifieerd. De weigering van het huisbezoek rechtvaardigde de intrekking van de bijstand. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het terugbetalen van griffierechten. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de beslissing van het college over het bezwaar werd vervangen door deze uitspraak.
Uitkomst: Het bezwaar tegen intrekking van bijstand wegens weigering huisbezoek wordt ongegrond verklaard, maar het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.