ECLI:NL:CRVB:2019:2069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, ex-werkneemster met een bipolaire stoornis en alcoholverslaving, vroeg om een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid. Het UWV had dit geweigerd na medische beoordeling en psychiatersonderzoek, waarop de rechtbank het besluit aanvankelijk vernietigde wegens onvoldoende onderzoek.
Na aanvullend onderzoek, waaronder een psychiatrisch rapport en overleg met behandelend artsen, handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep daarop ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts terecht concludeerde dat geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelde appellante dat er sprake was van ongelijkheid in het proces en dat betrokkene recht had op een IVA-uitkering. De Raad oordeelde dat er geen schending was van het beginsel van equality of arms en onderschreef de medische beoordeling dat op de datum in geschil geen duurzame arbeidsongeschiktheid bestond.
De Raad benadrukte dat de bipolaire stoornis chronisch in remissie is en dat er een redelijke kans op verbetering bestaat, mede door medicatieaanpassing. Het ontbreken van re-integratieactiviteiten en de langdurige arbeidsongeschiktheid deden hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de IVA-uitkering weigeren wegens ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.