ECLI:NL:CRVB:2019:2065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens schending inlichtingenplicht over werkzaamheden in Spanje
Appellante ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering. Het UWV stelde een onderzoek in naar haar werkzaamheden voor een bedrijf in Spanje, waaruit bleek dat zij van 2007 tot 2010 als bestuurder was geregistreerd en actief betrokken was bij het bedrijf. Appellante verstrekte niet de gevraagde financiële documenten en gaf geen volledige informatie over haar activiteiten.
Het UWV trok daarom de WAO-uitkering over de periode 13 juli 2007 tot 1 februari 2010 in en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat zij aan haar inlichtingenplicht had voldaan en dat haar privacy was geschonden door het opvragen van gegevens zonder toestemming.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante haar inlichtingenplicht niet was nagekomen omdat zij haar werkzaamheden als bestuurder niet had gemeld en de gevraagde stukken niet had verstrekt. Het opvragen van gegevens was geoorloofd op grond van wettelijke bevoegdheden. De intrekking en terugvordering waren terecht en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering door het UWV worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.