ECLI:NL:CRVB:2019:1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-meewerken onderzoek en verkoop auto
Appellant ontving bijstand sinds 2012 en werd onderzocht door het college vanwege niet-overleggen van loonspecificaties en bankafschriften. Bijschrijvingen van derden en de verkoop van een auto werden niet gemeld, wat leidde tot opschorting en intrekking van bijstand en terugvordering van kosten.
De Raad beoordeelde dat bijschrijvingen van familie als inkomen gelden en dat appellant morele bezwaren niet kon aanvoeren om vrij gebruik te ontkennen. De verkoop van de auto werd als vrijgelaten bezitting aangemerkt, waardoor de opbrengst in principe niet als vermogen meetelt en niet gemeld hoefde te worden. Echter, appellant schond de inlichtingenplicht door het verkoopbewijs niet te overleggen.
De intrekking van bijstand over augustus 2014 bleef daarom terecht. Appellant voerde aan dat terugvordering ernstige psychische gevolgen had, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd; appellant schond de inlichtingenplicht door niet volledig mee te werken.