ECLI:NL:CRVB:2016:1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen zonder matiging interingsnorm
Appellante ontving sinds juli 2010 bijstand als alleenstaande ouder. Uit onderzoek bleek dat zij meerdere bankrekeningen had met een saldo boven de vermogensgrens, zonder dit te melden aan het college. Het college trok daarom de bijstand voor de periode juli 2010 tot februari 2012 in en vorderde een bedrag van €5.489,50 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat rekening had moeten worden gehouden met een studieschuld en dat het college een lagere terugvordering had moeten toepassen op basis van een interingsnorm van anderhalf maal de bijstandsnorm. De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking onherroepelijk is en dat de studieschuld niet meer relevant is.
Verder was het college verplicht tot terugvordering volgens artikel 58 WWB Pro en had het de terugvordering reeds gematigd door deze te beperken tot een kortere periode. De Raad verwierp het beroep op de interingsnorm, verwijzend naar vaste jurisprudentie. Ook het beroep op dringende redenen om af te zien van terugvordering faalde omdat appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat sprake was van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van €5.489,50 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.