Uitspraak
17.663 WIA
19 december 2016, 16/883 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een eigenrisicodrager, betwistte het besluit van het UWV waarbij aan werkneemster geen IVA-uitkering werd toegekend, omdat volgens het UWV sprake was van volledige maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de IVA-situatie, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat werkneemster recht had op een IVA-uitkering en stelde dat het UWV ten onrechte geen sanctie had opgelegd vanwege het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen. De Raad overwoog dat het UWV terecht alleen de mate en duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid beoordeelde en dat de eigenrisicodrager weliswaar sancties kan opleggen, maar niet bevoegd is tot de zwaarste sanctie van blijvende weigering van uitkering, die exclusief aan het UWV toekomt.
De Raad bevestigde dat het hoger beroep zich uitsluitend richtte op het in stand laten van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit en dat appellante geen nieuwe gegevens had aangeleverd die tot een andere conclusie leiden. Het beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IVA-uitkering terecht is geweigerd en wijst het hoger beroep van appellante af.