ECLI:NL:CRVB:2019:1602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenverplichting bij bijstandsverlening ondanks PTSS
Appellante ontvangt sinds 2008 bijstand en werd geconfronteerd met een fraudemelding over niet opgegeven alimentatie die door het LBIO werd geïnd. Het college herzag en vorderde de bijstand terug over de periode 2010-2014 en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan geen kennis te hebben gehad van de alimentatie-inkomsten en stelde dat zij er niet over kon beschikken omdat de gelden op rekeningen van derden stonden. De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk wetenschap had van de alimentatie en keuzevrijheid had over de rekening waarop de alimentatie werd gestort, waardoor zij redelijkerwijs over de gelden kon beschikken.
Verder stelde appellante dat haar PTSS-klachten tot verminderde verwijtbaarheid leidden, maar de Raad vond dat onvoldoende onderbouwd. De boete van 50% van het benadelingsbedrag werd als passend en evenredig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete en terugvordering worden bevestigd.